donderdag 31 december 2015

Haiku (vóór 2016 gemaakt)

Dauwdruppels glimmen
Over een eenzame berk
blaast de kille wind

Langzaam kruipt een slak
naar de allerhoogste twijg
De vijver rimpelt

Kikkers die kwaken
krijgen meestal een antwoord
Uit het wuivende riet…

Tegen de avond
kwaken alle kikkers luid
Leegte wordt zichtbaar     

Eén hap, dan stilte
En plotseling verdwenen
arme, kleine tor

Wat zoeken ze daar;
Boven de gladde vijver
dansende muggen     

Een regendrup valt,
langs een gouden zonnestraal:
Krokussen bloeien

Een vroege sneeuwvlok
Ze wacht stil op het moment
dat ze gaat smelten     

In een waterplas
weerspiegelen twee voeten
van de wandelaar

Koude winternacht   
Een sneeuwvlok dwarrelend door
het licht van de maan

Geluidloos vallend
op een donkere aarde 
Smeltend in stilte

Warme voorjaarszon
bladeren ritselen zacht
Een stille vijver

De avond die valt:
geluidloos als een deken
Niets beweegt, stilte 

Vogels die roepen
de dageraad met hun zang;
De verte antwoordt

Een grijze nevel
drijvend op het schaarse licht
verstopt de boomtop

Aan de horizon
stijgt nu reeds de zon omhoog
Het wordt weer ochtend

Snerpend schiet een scheur
in het zwarte oppervlak
Gebroken water

Takken op het ijs
Dan, waggelend langs de kant
een eenzame eend

Vliegt daar een vogel
vluchtend voor de felle kou?
Zacht valt nog een blad

Wachtende sneeuwbui
boven het dorre landschap
Het is al winter

Als de tak zich splitst
op elke loot de bloesem
Geen sneeuw die nog smelt 

Aah, een vogel zingt 
regen kan haar niet deren
Luistert in stilte   

Een traag slakkenspoor
op de donkere aarde
spoelt weg door een bui 

Twee donderslagen
doorbreken een stil moment
De natuur roert zich 

Uit nevelslierten
steekt de top van een den
Mos groeit op haar stam 

Op de zachte grond
ligt een deken van naalden
door de wind beroerd

Op nog zachte grond
ligt stil een deken van sneeuw
Nu is het winter…

Stil scharrelt een mier
haar buit nijver verplaatsend
op een dorre tak

Verdronken landschap
Onder je waterspiegel
een geschiedenis

Altijd verloren
Overspoeld door het water
lig jij te wachten

Geen eb kan zorgen,
wat de vloed heeft verzwolgen,
weer te doen keren

Een voorjaarsgeluid
brengt mij weer tot bezinning:
de zomer nadert

De strakke nerven
tekenen een bladskelet
Gestolde schoonheid

Een waterdruppel
voegt zich bij de andere
Grote waterplas

Een poes is een poes
want knijp eens in haar staart
Dan gaat ze miauwen

Glooiende basalt
zacht kabbelend zeewater
Een vlucht scholeksters

Kleine duizendpoot
de bladrand is zo ver weg
Ben je de tel kwijt?

Een ruisende zee,
paardenhoeven in het zand
Voorjaarsvoorstelling

Verdronken landschap
nu  bedekt door nat zilver
Altijd zingend wad

Flakkerend kaarslicht
werpt de schaduw van een vlieg
op de witte muur

Een eenzaam veertje
op de winderige dijk
Schepen aan de kim

Een flonkerend licht
weerkaatst in duizend sterren
sneeuwvlokken vallen

Een witte deken
bedekt de donk 're aarde
Stralende Kerstnacht

Het voorjaar dat wacht
tot het licht weer terugkeert
De nacht is nog koud